Een zweefvlucht

Een zweefvlucht begint (na alle voorbereidingen) met de start. Meestal starten we door middel van een lier. Dit is een machine die de aan het vliegtuig gehaakte kabel met hoge snelheid 'inrolt'. Zo wordt het vliegtuig, met 100 km/u, binnen enkele tientallen seconden omhoog gelierd tot een hoogte van ongeveer 400 meter. Zo nu en dan starten we ook door middel van een sleepvliegtuig.

Eenmaal boven gaan we op zoek naar thermiek (zie: 'Wat is thermiek?'). Als we thermiek vinden draaien we rondjes om hoogte te winnen, vinden we geen thermiek dan dalen we langzaam, waarna we de landing inzetten. Bij voldoende thermiek kunnen we afstanden afleggen van honderden kilometers en kan een vlucht uren duren (zie: 'Overlandvliegen').